Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
F.E. Jurgens, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 26 april 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser minder- of meerderjarig was, aangezien Italië meerdere geboortedata registreerde. Verweerder koos zonder motivering voor de registratie waarbij eiser meerderjarig zou zijn, terwijl de eerste registratie, die bij illegale inreis was gemaakt, niet werd gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de tweede registratie werd gevolgd en niet de eerste, terwijl de Italiaanse autoriteiten niet volledig hadden gereageerd op vragen over de totstandkoming van de registraties. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt niet het negeren van een eerdere registratie zonder nadere motivering.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het besluit werd vernietigd. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. De rechtbank zag af van verdere beoordeling van andere geschilpunten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde leeftijdsregistratie en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.