ECLI:NL:RBDHA:2019:4653
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Litouwen onder Dublinverordening
Eiseres, samen met haar minderjarige kinderen, diende op 31 oktober 2018 een asielaanvraag in in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit is bevestigd door de Litouwse autoriteiten die het verzoek om internationale bescherming hebben geaccepteerd.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege het risico op indirect refoulement en haar medische kwetsbaarheid. Zij stelde dat aanvullende garanties nodig waren en verwees naar het arrest Tarakhel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank oordeelde dat Litouwen in beginsel verantwoordelijk is en dat eiseres onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het vertrouwen in de Litouwse asielprocedure te ondermijnen. Haar medische problematiek was onvoldoende onderbouwd om Nederland als meest aangewezen behandelland aan te merken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling.