ECLI:NL:RVS:2016:3153
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen vernietiging niet-in-ontvangstneming verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam een aanvraag van een vreemdeling uit Tadzjikistan om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling, omdat Litouwen verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De staatssecretaris voerde aan dat Litouwen als veilig land van herkomst en veilig derde land kan worden beschouwd en dat het rapport van het US Department of State onvoldoende bewijs leverde dat de vreemdeling in Litouwen een reëel risico loopt op indirect refoulement. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast en dat Litouwen voldoet aan de vereisten van de Procedurerichtlijn.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris mocht zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel beroepen en hoefde het asielverzoek niet zelf in behandeling te nemen. De Raad van State wees tevens het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af omdat onvoldoende was aangetoond dat de vreemdeling in Litouwen risico loopt op vervolging door Tadzjiekse autoriteiten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.