ECLI:NL:RBDHA:2019:4656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming nevenwerkzaamheden als individueel belangenbehartiger bij TU Delft
Eiser, universitair hoofddocent aan de TU Delft sinds 1988, verrichtte diverse nevenwerkzaamheden waaronder als individueel belangenbehartiger (IB) voor de vakbond AC-HOP. Na invoering van de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden in juli 2017, werd hem in maart 2018 toestemming verleend voor vijf nevenwerkzaamheden, maar geweigerd voor zijn IB-werkzaamheden binnen TU Delft. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de IB-werkzaamheden onder de definitie van nevenwerkzaamheden vallen en dat toestemming daarvoor niet was verleend. Verweerder mocht op grond van de Sectorale regeling de nevenwerkzaamheden toetsen en weigeren vanwege mogelijke belangenverstrengeling en schade aan de universiteit. Eiser had onvoldoende afstand gehouden tussen zijn verschillende rollen, wat leidde tot conflicten en ongepaste communicatie met leidinggevenden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangevoerd. De rechtbank stelde vast dat het verbod duidelijk was gecommuniceerd en dat eiser IB-werkzaamheden buiten TU Delft mag voortzetten. De weigering was proportioneel en niet onzorgvuldig gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van toestemming voor IB-nevenwerkzaamheden binnen TU Delft is ongegrond verklaard.