De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de officier van justitie tot verbetering van de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de man ten onrechte als juridische vader was opgenomen vanwege een niet-erkend huwelijk gesloten op een consulaat in Nederland. De rechtbank oordeelde dat het huwelijk niet rechtsgeldig was volgens Nederlands recht, waardoor de man niet automatisch juridische vader was en het kind alleen een familierechtelijke betrekking tot de moeder had.
Daarnaast verzocht de man om gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap. Hoewel de gewone verblijfplaats van partijen in België was, oordeelde de rechtbank dat zij rechtsmacht had op grond van de voldoende verbinding met Nederland, onder meer vanwege de Nederlandse nationaliteit van de man en geboorteplaats van het kind. Op basis van een DNA-rapport met meer dan 99,999% zekerheid stelde de rechtbank het vaderschap vast volgens Belgisch recht.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het gezag, maar stelde vast dat het vaderschap automatisch leidt tot gezamenlijk gezag. Tevens wijzigde de rechtbank de geslachtsnaam van het kind in de naam van de vader, conform de gezamenlijke verklaring van de ouders. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.