ECLI:NL:RBDHA:2019:4700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens eerdere schuldsaneringsregeling
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b van de Faillissementswet, gericht op het voorkomen van de ontruiming van haar woning. Tevens heeft zij een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.
De rechtbank overweegt dat de schuldsaneringsregeling eerder op verzoekster van toepassing is geweest en op 6 juli 2017 voortijdig is beëindigd. Op grond van artikel 288, tweede lid, onder d, Faillissementswet wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen indien deze regeling minder dan tien jaar voorafgaand aan het verzoek van toepassing is geweest.
Omdat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dwingendrechtelijk zal worden afgewezen, kan het doel van de voorlopige voorziening, namelijk het bieden van een adempauze om een minnelijk traject voort te zetten, niet worden bereikt. Daarom verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om voorlopige voorziening vanwege eerdere toepassing van de schuldsaneringsregeling binnen tien jaar.