Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
“Do you have any other reason for traveling to the Netherlands, besides your participation in the au pair program?”heeft geantwoord dat haar vriend (
“boyfriend”) in Nederland woont en dat ze daarom voor Nederland heeft gekozen, maar dat haar voornaamste reden om au pair te willen worden, de cultuur en taal leren kennen is. Verder staat in het document
“Kennismakingsgesprek Au Pair”, opgesteld door het au pairbureau en gedateerd 14 februari 2017 (het document is een verslag van een skypegesprek tussen het au pairbureau en eiseres):
“What do you hope to experience? – Reizen en de taal leren! Ze wil ook dichtbij haar vriendje zijn, hij is Nederlands en ze hebben al een tijdje een relatie en daarom vindt ze het leuk om ook de taal te kunnen spreken. Na het au pair jaar gaat ze terug naar huis. Het is niet zo dat ze nu lange termijnplannen samen hebben. Zij wil graag een eigen bedrijfje beginnen. Hij moet nog afstuderen en overweegt ook om een tijdje naar de Oekraïne te komen.”
in de toekomst, vanaf een moment gelegen na het au pairjaar, misschien wél definitief bij elkaar in Nederland wilden blijven, betekent niet dat daarmee vaststaat dat eiseres informatie heeft achtergehouden. Integendeel: eiseres is altijd open en eerlijk geweest over het feit dat ze een Nederlands vriendje heeft. Ze heeft eerlijk gezegd dat ze hem beter wilde leren kennen en mede daardoor voor Nederland heeft gekozen. Ze heeft ook steeds gezegd dat ze au pair wilde worden om over de Nederlandse cultuur en de taal te leren. Wat ze hierover heeft gezegd en verteld, ondersteunt haar stelling dat haar intentie gaandeweg, tijdens het au pairjaar, is gewijzigd en dat het niet een vooropgezet plan was om na een paar maanden een wijziging van het verblijfsdoel aan te vragen. De staatssecretaris heeft in zaken als deze (belastende besluiten) de bewijslast en de rechtbank vindt dat de staatssecretaris niet hard heeft gemaakt dat er informatie achter is gehouden. De staatssecretaris heeft tijdens de zitting gezegd dat het moeilijk is om in iemands hoofd te kijken. Dat moge zo zijn, maar dat betekent niet dat op basis van invulling en aannames de conclusie kan worden getrokken dat iemand oneerlijk is geweest.
Beslissing
- verklaart de beroepen in de zaken AWB 18/6429 en AWB 18/6430 gegrond;
- vernietigt bestreden besluit I en bestreden besluit II;
- bepaalt dat de staatssecretaris opnieuw op de bezwaarschriften van eiseres moet beslissen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 340,– aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten, aan de zijde van eiseres begroot op € 1.024,–.