ECLI:NL:RBDHA:2019:4784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring vreemdeling op grond van artikel 59a Vreemdelingenwet 2000
Eiser, van Sri Lankaanse nationaliteit, is op 30 maart 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat het enkel indienen van een aanvraag om toetsing aan het Unierecht geen rechtmatig verblijf oplevert. Eiser kan geen beroep doen op artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez omdat zijn zoon nog niet de Nederlandse nationaliteit bezit en dus geen Unieburger is. Tevens heeft eiser rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000 vanwege een lopende asielaanvraag.
De rechtbank benadrukt dat ook indien eiser rechtmatig verblijf zou hebben als gemeenschapsonderdaan, dit niet betekent dat hij niet langer in bewaring mag worden gehouden op grond van artikel 59a Vw 2000. De toepasselijkheid van de Dublinverordening is hierbij bepalend. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.