Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 april 2019 in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil6. In geschil is of [BV] BV een onroerendezaakrechtspersoon is in de zin van artikel 4, eerste lid, letter a, van de Wet BRV (vastgoedrechtspersoon) en eiseres daarom overdrachtsbelasting verschuldigd is over de aandelenverkrijging. Als deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is in geschil of de naheffingsaanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Ter zitting hebben partijen verklaard dat wat zij over en weer hebben aangevoerd over de verrekening van eerdere onroerend goed-transacties buiten beschouwing kan worden gelaten.
4 van de Wet BRV.
Beslissing
uitspraak op bezwaar;