In deze civiele zaak over merkinbreuk en vrijwaringsincident vordert Pure Handling de oproeping van LB11 en anonieme contractspartijen in vrijwaring. De rechtbank stelt dat een vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar kan zijn indien de rechtsverhouding concreet en voldoende gemotiveerd is gesteld.
De rechtbank oordeelt dat Pure Handling onvoldoende heeft geconcretiseerd wie de anonieme gebruikers zijn, waardoor deze vordering wordt afgewezen. Ten aanzien van LB11 is de rechtsverhouding wel voldoende gesteld, maar de vordering wordt ook afgewezen vanwege de eisen van een doelmatige procesvoering. Pure Handling heeft het incident pas ruim twee jaar na dagvaarding en op het laatst mogelijke moment opgeworpen, wat leidt tot onnodige vertraging in een complexe zaak.
De rechtbank weegt het belang van Hennessy c.s. aan een spoedige voortgang van de hoofdzaak zwaarder dan het belang van Pure Handling bij de vrijwaring. Ook wordt Pure Handling veroordeeld in de proceskosten van €5.000,-. Het vonnis geldt als tussenvonnis waartegen alleen hoger beroep tegelijk met het eindvonnis mogelijk is.