ECLI:NL:RBDHA:2019:5008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit IND wegens onvoldoende onderzoek terugkeer naar Griekenland
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had het verzoek van een Syrische asielzoeker om een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen, omdat zij meende dat Griekenland verantwoordelijk was voor de asielprocedure. De rechtbank ontving het beroepschrift en hield een zitting waarbij beide partijen werden gehoord.
In een eerdere tussenuitspraak stelde de rechtbank vast dat de IND onvoldoende had gemotiveerd dat de asielzoeker in Griekenland toegang tot een adequate asielprocedure zou krijgen, met inbegrip van de duur en procedurele waarborgen. De rechtbank gaf de IND de kans deze gebreken te herstellen, maar deze maakte geen gebruik van die gelegenheid.
De rechtbank concludeert dat er nog steeds ernstige vrees bestaat voor systeemfouten in de Griekse asielprocedure die kunnen leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest. Daarom moet de IND nader onderzoek doen volgens artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de IND veroordeeld in de proceskosten van de asielzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de IND wordt vernietigd en de IND wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek.