ECLI:NL:RBDHA:2019:5044
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering van IND over terugzending Syrische asielzoeker naar Griekenland
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nam de asielaanvraag van een Syrische man niet in behandeling omdat Griekenland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. De rechtbank onderzocht of de overdracht binnen de wettelijke termijn van zes maanden had plaatsgevonden en of de situatie in Griekenland zodanig was verbeterd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden toegepast.
De rechtbank concludeerde dat de termijn van zes maanden nog niet was verstreken vanwege een opschortende voorziening in het beroepsproces. Verder oordeelde zij dat de IND terecht individuele garanties had verkregen over opvang in het kamp Eleonas, dat volgens de Nederlandse ambassade voldoet aan EU-normen.
Echter, de rechtbank vond dat de IND onvoldoende onderzoek had gedaan naar de asielprocedure zelf in Griekenland, met name of deze procedure voldoet aan de eisen van de EU-richtlijn asielprocedures. Hierdoor was niet voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van ernstige vrees voor onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank heropent het onderzoek en geeft de IND zes weken om het gebrek te herstellen.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en geeft de IND zes weken om het gebrek in de motivering over de asielprocedure in Griekenland te herstellen.