ECLI:NL:RBDHA:2019:5080
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid overheidswerknemer na ernstig plichtsverzuim
De werknemer was sinds 1995 in dienst van de NVWA en werd beschuldigd van structureel niet naleven van werkafspraken, waaronder onjuiste urenregistratie en onterechte declaraties. Na een intern onderzoek werd hij op 25 januari 2017 buitengewoon verlof verleend, later omgezet in schorsing en ontslag per 1 juli 2017.
De werknemer vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Na bezwaar werd de uitkering toegekend, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank beoordeelde het nieuwe toetsingskader van de Centrale Raad van Beroep, waarbij niet de voortvarendheid van de werkgever, maar de ernst van het gedrag bepalend is.
De rechtbank stelde vast dat het plichtsverzuim ernstig was en dat de werknemer als keurmeester bij een overheidsinstantie integriteit moest tonen. De werkgever had voldoende kenbaar gemaakt dat het gedrag ernstig werd genomen. De verwijtbare werkloosheid was aanwezig, en de WW-uitkering moest worden ingetrokken de dag na de uitspraak. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De WW-uitkering van de werknemer wordt ingetrokken wegens verwijtbare werkloosheid na ernstig plichtsverzuim.