ECLI:NL:RBDHA:2019:5183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiser, een Soedanese vreemdeling met een tijdelijke verblijfsvergunning sinds 2008, verzocht om een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze aanvraag werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste. Hoewel eiser een mbo-diploma niveau 1 bezit, is dit niet voldoende voor vrijstelling van het inburgeringsvereiste volgens de gewijzigde wetgeving vanaf 2015.
Eiser stelde dat hij op basis van een eerdere beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal en een eerdere afwijzing van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd mocht vertrouwen op vrijstelling van de inburgeringsplicht. De rechtbank oordeelde dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was, omdat het college zich niet had uitgesproken over het inburgeringsvereiste voor de EU-verblijfsvergunning en het overgangsrecht niet van toepassing is op de sterkere verblijfsvergunning.
Daarnaast faalde het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat het volgen van een inburgeringscursus voor hem niet of moeilijk betaalbaar zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek af, waarbij de verblijfsvergunning van eiser werd verlengd tot 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.