ECLI:NL:RBDHA:2019:5193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering voorrangsverklaring huisvesting wegens ontbreken medische noodzaak
Eiseres vroeg een voorrangsverklaring voor huisvesting vanwege medische klachten en gezinsuitbreiding. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Delft 2015, omdat uit het GGD-advies bleek dat geen sprake was van medische noodzaak en geen levensbedreigende situatie bestond.
Eiseres woont met haar partner en vier kinderen in een driekamerwoning en heeft klachten aan rug, knieën en voeten, en hoogte- en liftvrees. De GGD concludeerde echter dat zij niet ernstig beperkt is in zelfstandig functioneren. De rechtbank acht het GGD-advies objectief en voldoende onderbouwd en ziet geen reden om daarvan af te wijken.
De rechtbank overweegt dat gezinsuitbreiding op zichzelf geen reden is voor urgentieverklaring, mede vanwege het restrictieve beleid van verweerder om de woningmarkt niet verder te belasten. Nieuwe medische omstandigheden bij het jongste kind, na het bestreden besluit, kunnen bij een nieuwe aanvraag worden meegenomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de voorrangsverklaring wordt ongegrond verklaard.