ECLI:NL:RBDHA:2019:5210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekster aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres verzocht om het aan zich trekken van haar asielaanvraag in Nederland, omdat haar broer in Nederland woont en zij vanwege ernstige medische en psychische problemen afhankelijk zou zijn van zijn zorg. Verweerder had echter een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend bij Frankrijk, dat dit verzoek had aanvaard.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiseres lijdt aan suikerziekte, hoge bloeddruk en psychische problemen, er onvoldoende medische bewijsstukken zijn die aantonen dat zij ernstige zorg nodig heeft en afhankelijk is van haar broer. Verweerder hoefde daarom geen advies van het BMA in te winnen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangenomen die overdracht aan Frankrijk onevenredig hard maken. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiseres kan in Frankrijk de benodigde medische zorg ontvangen.
Ook het beroep op humanitaire gronden op basis van artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening faalt. Ten slotte is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.