ECLI:NL:RBDHA:2019:5218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid discriminatie Roma-afkomst
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, met als grond dat zij mishandeld werden en gediscrimineerd vanwege hun Roma-afkomst. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvragen af en legde terugkeerbesluiten op. Eisers stelden dat zij vanwege discriminatie bescherming behoefden en beroepen zich op artikel 3 EVRM Pro en het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eisers over mishandeling en discriminatie onvoldoende geloofwaardig waren. De verschillen in verklaringen over contact met de ex-partner en het ontbreken van bewijsstukken over een lening waren doorslaggevend. Daarnaast was de discriminatie niet van dien aard dat zij niet konden functioneren in Moldavië, mede gelet op rapporten van het US State Department en Freedom House.
Ook het verzoek om uitstel van vertrek op grond van zwangerschap van de dochter werd afgewezen, omdat zij meerderjarig is en een eigen gezin heeft. De rechtbank concludeerde dat er geen reëel risico bestaat op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van discriminatie en risico's bij terugkeer.