ECLI:NL:RBDHA:2019:5271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV nareis pleegkind wegens ontbreken toestemmingsverklaring biologische moeder
Eiser, een Somalische nationaliteit dragend pleegkind, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat geen toestemmingsverklaring van zijn biologische moeder was overgelegd en de identiteit en familierechtelijke relatie onvoldoende waren aangetoond.
Eiser en zijn pleegmoeder (referent) stelden dat de biologische moeder afstand had gedaan en dat het niet mogelijk was een toestemmingsverklaring te verkrijgen. Verweerder stelde dat referent onvoldoende had onderbouwd welke pogingen waren gedaan om de moeder te traceren en dat recente documenten ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een inspanningsverplichting aan referent oplegde en dat het ontbreken van recente bewijsstukken en onvoldoende onderbouwing van de tracering leidde tot afwijzing. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referent werd beoordeeld.
De uitspraak benadrukt de toetsingsvolgorde bij nareis pleegkinderen en de noodzaak van een toestemmingsverklaring van de biologische ouder of voldoende bewijs van het ontbreken daarvan. Het arrest van het Hof van 13 maart 2019 werd besproken maar leidde niet tot een andere uitkomst.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag nareis pleegkind wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een toestemmingsverklaring van de biologische moeder.