ECLI:NL:RBDHA:2019:5284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens verzwijgen Armeense nationaliteit en visum
Eiser heeft in 2012 een asielaanvraag ingediend waarbij hij verklaarde uitsluitend de Syrische nationaliteit te bezitten. Later bleek dat hij ook de Armeense nationaliteit had en in het bezit was van een Italiaans visum, hetgeen hij niet had gemeld. Verweerder heeft daarom de verblijfsvergunningen asiel van eiser en eiseres met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser bewust gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de asielaanvraag zouden hebben geleid. Hoewel eiser stelt dat het verzwijgen verschoonbaar is en hij later openheid van zaken heeft gegeven, acht de rechtbank dit onvoldoende om de intrekking te voorkomen. De vrees van eiser voor schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Armenië is niet onderbouwd.
De rechtbank acht Armenië een veilig derde land en oordeelt dat de belangenafweging van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiser uitvalt, mede door het tijdsverloop en het feit dat eiser wist dat zijn verblijf onrechtmatig was. De intrekking van de verblijfsvergunning van eiseres volgt hieruit omdat haar vergunning afhankelijk was van die van eiser. De beroepen worden ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod wordt bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunningen en het inreisverbod.