ECLI:NL:RBDHA:2019:5285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering en actueel conflict
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, vroegen om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank had eerder de afwijzing vernietigd wegens onvoldoende motivering. Na een nieuwe afwijzing in 2018 stelde de rechtbank vast dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met het eerdere oordeel en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het conflict met de machtige persoon [A] niet actueel was.
Het asielrelaas van eiser 1 betrof ernstige bedreigingen en mishandeling door [A], die zich later bij de Taliban zou hebben aangesloten. De staatssecretaris vond echter dat de verstrekte bewijzen, waaronder foto’s van een Facebook-pagina, onvoldoende waren om de dreiging actueel te achten. De rechtbank oordeelde dat deze motivering onvoldoende was en dat verweerder geen nieuwe aanvullende gronden had gegeven.
De rechtbank beval de vernietiging van de bestreden besluiten en gaf de staatssecretaris zes weken om nieuwe besluiten te nemen, waarbij ook het nieuwe asielmotief van verwestering van de kinderen in Nederland betrokken moet worden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en beveelt nieuwe besluitvorming binnen zes weken.