ECLI:NL:RBDHA:2019:5290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand en proceskosten bij beschermingsbewind
Eiser ontving bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten over een bepaalde periode, maar maakte bezwaar tegen de beperkte duur van de toegekende bijstand. De rechtbank overwoog dat de toekenning van bijzondere bijstand een discretionaire bevoegdheid van verweerder betreft en dat het besluit om de periode tot het einde van het kalenderjaar te laten lopen redelijk is om administratieve lasten te voorkomen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de bewindvoerder, als wettelijk vertegenwoordiger van eiser, optreedt namens eiser en niet gelijkgesteld kan worden met een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Het voeren van procedures valt binnen de taak van de bewindvoerder, zodat gemaakte proceskosten niet vergoed kunnen worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de rol en taken van een bewindvoerder in procedures betreffende bijzondere bijstand en verduidelijkt de toepassing van proceskostenvergoedingen in dit kader.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bijzondere bijstand is ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding is afgewezen.