ECLI:NL:RBDHA:2019:5293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen winst uit onderneming bij werkzaamheden voor één opdrachtgever in 2013
Eiser verrichtte in 2013 technische werkzaamheden voor één opdrachtgever, [B.V.] BV, waarbij hij voltijd aanwezig was op de bedrijfslocaties en volledig afhankelijk was van de opdrachtgever wat betreft tijdstip, plaats en aard van de werkzaamheden. Hij behaalde een positief resultaat van €48.528 en ontving een bonus van €1.200.
De Belastingdienst stelde na een boekenonderzoek vast dat de werkzaamheden niet kwalificeren als winst uit onderneming, maar als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser voerde aan dat hij zelfstandig zijn werkzaamheden bepaalde en zijn broer als vervanger inschakelde, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet heeft bewezen dat hij een onderneming dreef, mede omdat hij slechts één opdrachtgever had, geen ondernemersrisico aannemelijk maakte en afhankelijk was van de opdrachtgever. De aanslagen inkomstenbelasting en Zvw zijn correct opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Daarnaast werd een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, waarbij zowel de Belastingdienst als de Staat tot betaling werden veroordeeld. Proceskosten en griffierecht werden eveneens deels vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen winst uit onderneming heeft behaald en aanslagen correct zijn opgelegd.