ECLI:NL:RBDHA:2019:5333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiseres, een Syrische vrouw, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan voor verblijf bij haar neef in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zoals vereist voor gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar medische situatie en emotionele afhankelijkheid van haar neef en diens vader recht had op verblijf. De rechtbank oordeelde dat eiseres haar medische problemen niet met bewijs had onderbouwd en dat financiële steun ook van buiten Nederland kan komen. De rechtbank vond dat de emotionele band en samenwoning onvoldoende waren om te spreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen hoorplicht in acht hoefde te nemen bij het bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.