ECLI:NL:RBDHA:2019:5390
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht wegens openbare orde
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verblijfsrecht op grond van het Unierecht te beëindigen en hem ongewenst te verklaren vanwege zijn strafrechtelijke verleden en het risico op herhaling van strafbare feiten.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit oordeel is gebaseerd op meerdere veroordelingen voor ernstige strafbare feiten, waaronder geweld en bedreiging, gepleegd ondanks eerdere veroordelingen en proeftijd.
Eisers betwisting dat het gedrag geen ernstige bedreiging vormt en dat de straf niet hoog genoeg is, wordt verworpen. De rechtbank acht de motivering van verweerder voldoende concreet en weegt mee dat eiser geen reële arbeid verricht en dat zijn gezinsleden hem kunnen volgen naar Polen.
Gelet op de belangen en de wettelijke criteria wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van het verblijfsrecht wordt afgewezen.