ECLI:NL:RVS:2018:186
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris heeft op 6 oktober 2016 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer heeft en hem ongewenst verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgronden tegen de ongewenstverklaring en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gedrag van de vreemdeling een ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. Hoewel de vreemdeling meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld voor diefstallen en daarmee een actuele bedreiging vormt, is de motivering van de staatssecretaris gebrekkig omdat niet is ingegaan op het ontbreken van een ISD-maatregel en de concrete schade.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Het besluit wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.