ECLI:NL:RBDHA:2019:5424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning seksinrichting wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
Eiser exploiteert sinds 1992 een seksinrichting waarvoor een exploitatievergunning is verleend. Verweerder heeft op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) de vergunning ingetrokken wegens een ernstig vermoeden dat eiser tussen juni 2014 en april 2015 strafbare feiten heeft gepleegd, waaronder hennepteelt, diefstal van stroom en het bezit van een stroomstootwapen.
Eiser betwist de feiten en wijst op het sepot door het Openbaar Ministerie, maar de rechtbank oordeelt dat het sepot een beleidssepot betreft en geen bewijs ontkracht. Het LBB-advies is zorgvuldig en het vermoeden van strafbare feiten is aannemelijk. De rechtbank acht het tijdsverloop voldoende recent en vindt dat verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan.
De rechtbank stelt vast dat het ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen, mede vanwege de aard van de strafbare feiten en de kwetsbare branche. De intrekking is proportioneel en een minder ingrijpende maatregel is niet passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard wegens aannemelijk ernstig gevaar op strafbare feiten.