ECLI:NL:RVS:2016:1217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstig gevaar voor strafbare feiten en witwassen
De burgemeester van Groningen trok op 16 september 2013 de exploitatievergunning van een coffeeshop in vanwege ernstige vermoedens van betrokkenheid bij strafbare feiten, waaronder handel in softdrugs en witwassen. Het Landelijk Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bureau) had een uitgebreid advies uitgebracht op basis van onder meer justitiële gegevens, politiemutaties en fiscale rapportages.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het bezwaar van de exploitant gegrond en vernietigde het besluit van de burgemeester. De burgemeester stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester zijn vergewisplicht had nageleefd en dat het advies van het Bureau zorgvuldig was opgesteld. De feiten en omstandigheden, waaronder eerdere veroordelingen, politiemutaties en fiscale onregelmatigheden, rechtvaardigden het ernstige vermoeden dat de exploitant betrokken was bij strafbare feiten die samenhangen met de exploitatie van de coffeeshop.
De Raad van State stelde vast dat het besluit tot intrekking van de vergunning proportioneel was en in verhouding stond tot het te dienen algemeen belang, namelijk het voorkomen dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare activiteiten. Ook werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, omdat een andere coffeeshop slechts een tijdelijke intrekking van een gedoogbeschikking onderging zonder een Bibob-beoordeling. Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de exploitant ongegrond verklaard, waardoor de intrekking van de vergunning in stand blijft.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning voor de coffeeshop blijft in stand.