ECLI:NL:RBDHA:2019:5686
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitspraak echtscheiding en huurrecht na huwelijk voltrokken in Irak
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen die in 1995 in Irak zijn gehuwd. Ondanks het ontbreken van een huwelijksakte, oordeelde de rechtbank dat voldoende concrete feiten waren gesteld om het huwelijk te erkennen en vast te stellen dat het niet eerder was ontbonden. De man had verklaard dat het huwelijk door een Imam was voltrokken met getuigen, wat in combinatie met eerdere verklaringen voldoende bewijs vormde.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat de man zijn gewone verblijfplaats in Nederland had en dat Nederlands recht van toepassing is op het echtscheidingsverzoek. Het verzoek tot echtscheiding werd toegewezen omdat het niet was weersproken door de vrouw.
Daarnaast werd het verzoek van de man om huurrechten van de woning in Nederland toe te wijzen eveneens toegewezen. De rechtbank bepaalde dat de man huurder van de woning wordt met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding in de burgerlijke stand. Tot slot werd bepaald dat elke partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank sprak de echtscheiding uit en wees het huurrecht van de woning toe aan de man.