Uitspraak
Rechtbank den haag
Politiete Den Haag,
1.De procedure
2.Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
3.De feiten
4.Het geschil
primair: de Politie te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en daaraan geen verdere uitvoering te geven en/of te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan Topgeschenken en/of de Politie te gebieden haar opdracht te gunnen aan Topgeschenken;
subsidiair: de Politie te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken en daaraan geen verdere uitvoering te geven en/of de Politie te gebieden tot (gedeeltelijke) heraanbesteding van de opdracht over te gaan, indien de Politie alsnog wenst te gunnen, met inachtneming van dit vonnis;
meer subsidiair: de Politie te verbieden uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing/over te gaan tot definitieve gunning, zolang het gerechtshof nog geen arrest heeft gewezen, indien en voor zover hoger beroep ingesteld wordt door Topgeschenken/de Politie tegen dit vonnis,
5.De beoordeling van het geschil
€ 1.800,--. In de visie van Topgeschenken leidt dit er toe dat Pimm abnormaal laag moet hebben ingeschreven. Het had echter op de weg van Topgeschenken gelegen daarover eerder te klagen dan wel bezwaar te maken, nu in haar visie te voorzien was dat inschrijving met een kortingspercentage van 10% én inschrijving met een totaalprijs van boven de
€ 1.800,-- steeds tot ontoelaatbare inschrijving zou leiden. Gesteld noch gebleken is dat Topgeschenken dit vóór inschrijving heeft gedaan, zodat zij in zoverre haar recht heeft verwerkt daartegen thans nog te ageren. Ditzelfde geldt voor de stelling van Topgeschenken dat de additionele kosten niet in formulier H hadden mogen staan. Ook daarover heeft zij niet eerder een vraag gesteld of bezwaar gemaakt. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende.