ECLI:NL:RBDHA:2019:6245
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en overdracht aan Italië
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, diende op 18 januari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname aan Italië gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege de slechte opvang- en behandelingsomstandigheden aldaar, verwijzend naar diverse rapporten en jurisprudentie. Tevens stelde hij dat hij als kwetsbare persoon individuele garanties vereist en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakte van de mogelijkheid om de aanvraag aan zich te trekken.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De aangevoerde rapporten waren niet actueel en boden onvoldoende bewijs voor ernstige tekortkomingen in Italië. Ook was eiser niet als kwetsbare vreemdeling aan te merken in de zin van het arrest Tarakhel. De rechtbank vond dat verweerder terecht had besloten geen individuele garanties te vragen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die overdracht aan Italië onredelijk maakten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.