ECLI:NL:RBDHA:2019:6383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening afgewezen
Eisers, burgers van Moldavië, dienden op 2 maart 2019 asielaanvragen in Nederland in. Verweerder nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eisers op 13 december 2018 al asielverzoeken in Duitsland hadden ingediend.
Eisers verzetten zich tegen overdracht aan Duitsland en vreesden indirect refoulement. De Duitse autoriteiten bevestigden echter hun verantwoordelijkheid en garandeerden de behandeling van de aanvragen conform Europese asielrichtlijnen. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende concrete feiten hadden aangevoerd die de overdracht aan Duitsland in de weg staan.
De rechtbank concludeerde dat geen reden bestond om de behandeling aan zich te trekken en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.