ECLI:NL:RBDHA:2019:6387
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 17 januari 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 23 februari 2018 in Duitsland een asielverzoek had ingediend.
Eiser verzette zich tegen de overdracht aan Duitsland wegens vrees voor zijn veiligheid en het ontbreken van adequate bescherming aldaar. De rechtbank stelde vast dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser slaagde er niet in concrete feiten aan te dragen die het tegendeel bewijzen.
De Duitse autoriteiten hadden bevestigd het verzoek van eiser te zullen behandelen conform Europese asielrichtlijnen. De rechtbank oordeelde dat de argumenten van eiser onvoldoende waren om de behandeling in Nederland aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.