ECLI:NL:RBDHA:2019:6450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame middelen partner
Eiser, een Kosovaarse staatsburger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland als gezinslid van zijn Nederlandse partner, die een Wajong-uitkering ontvangt en daarnaast inkomsten uit werk heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat de partner niet duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt en eiser een gevaar voor de openbare orde zou vormen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een gemotiveerde en individuele beoordeling van de financiële situatie van de partner heeft gemaakt, waarbij is vastgesteld dat de inkomsten niet duurzaam zijn. De rechtbank gaat niet in op het argument over het gevaar voor de openbare orde, omdat de afwijzing op de financiële grondslag zelfstandig kan worden gedragen.
Verder stelt de rechtbank dat de weigering geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt, omdat het algemeen economisch belang zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser en zijn partner, mede omdat het om een eerste toelating gaat.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.