ECLI:NL:RBDHA:2019:6456
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding in visumzaak
De opposant had een beroepschrift ingediend tegen een besluit, maar dit was niet tijdig ontvangen, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De opposant stelde dat de vertraging in postbezorging in Marokko de reden was voor de termijnoverschrijding en verzocht om inhoudelijke behandeling van zijn zaak.
De rechtbank beoordeelde het verzet op grond van artikel 8:55 Awb Pro en oordeelde dat het verzet ongegrond was omdat de opposant niet aannemelijk had gemaakt wanneer hij de beschikking op bezwaar had ontvangen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De rechtbank handhaafde de eerdere uitspraak en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen zitting gehouden omdat de opposant in Marokko verbleef en geen verzoek had gedaan om te worden gehoord. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.