ECLI:NL:RBDHA:2019:6487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Libische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De reden hiervoor is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde onder meer dat de zaak aangehouden moest worden vanwege een voorgenomen aangifte mensenhandel en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege tekortkomingen in Italië.
De rechtbank oordeelt dat het doen van aangifte mensenhandel niet leidt tot opschorting van de overdracht aan Italië en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië kan worden toegepast. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de opvang in Italië onrechtmatig wordt beëindigd of dat de medische zorg daar ontoereikend is. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris gemotiveerd heeft gehandeld en dat er geen reden is om het besluit te herzien.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot aanhouding of heropening van de zaak, ondanks het ontbreken van een tolk tijdens de zitting, omdat eiser voldoende Engels spreekt en zijn gemachtigde hem adequaat heeft bijgestaan. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.