ECLI:NL:RVS:2019:1526
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 27 september 2018 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië terecht werd toegepast, mede gelet op het wetsdecreet van de Italiaanse autoriteiten. De Afdeling bevestigde eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat de Italiaanse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de asielaanvraag, mede door het fictieve claimakkoord. De staatssecretaris mocht ervan uitgaan dat Italië de aanvraag in behandeling zal nemen.
De vreemdeling voerde aan dat de overdracht aan Italië onevenredige hardheid zou betekenen vanwege haar kwetsbaarheid, medische situatie en de aanwezigheid van haar zus in Nederland. De staatssecretaris stelde dat deze omstandigheden geen bijzondere individuele factoren zijn die een uitzondering rechtvaardigen. De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde dat Italië geen adequate zorg kan bieden en dat de gestelde afhankelijkheid met haar zus niet aannemelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 27 september 2018 blijft in stand.