ECLI:NL:RBDHA:2019:6489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en Salvini-decreet
Eisers, een gezin met een minderjarig kind, vroegen asiel aan in Nederland, maar hun aanvragen werden niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers stelden dat het Salvini-decreet in Italië heeft geleid tot systematische tekortkomingen in opvang en dat de gezinseenheid niet wordt gewaarborgd, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eisers moesten aantonen dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was, hetgeen zij onvoldoende deden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had recentelijk bevestigd dat er geen structurele tekortkomingen zijn die een risico vormen voor asielzoekers in Italië.
De rechtbank concludeerde dat de situatie niet vergelijkbaar is met de Tarakhel-zaak en dat Italië adequate opvang en bescherming biedt, inclusief respect voor de gezinseenheid. Eisers werd geadviseerd eventuele klachten over niet-naleving van Italiaanse verplichtingen bij Italiaanse autoriteiten aan te kaarten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is ongegrond verklaard.