ECLI:NL:RBDHA:2019:6494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eiseres, met Afghaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar zoon in het kader van nareis. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat deze niet binnen de wettelijk voorgeschreven driemaandentermijn was ingediend. Eiseres voerde aan dat de termijn verlengd had moeten worden naar zes maanden op grond van een wetsvoorstel en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege haar persoonlijke omstandigheden en gebrekkige informatievoorziening.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de driemaandentermijn hanteerde, aangezien de wet nog niet was gewijzigd en de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Raad van State deze termijn bevestigt. De beoordeling van verschoonbaarheid beperkt zich tot omstandigheden die verband houden met het tijdig indienen van de aanvraag, waarbij geen belangenafweging plaatsvindt.
Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Verweerder mocht aannemen dat de zoon van eiseres op de hoogte was van de termijn en voldoende gelegenheid had om tijdig een aanvraag in te dienen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de procedure strikt volgens artikel 29 Vreemdelingenwet Pro moest worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.