ECLI:NL:RVS:2018:4275
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens overschrijding driemaandentermijn bij gezinshereniging
De zaak betreft een hoger beroep van vreemdelingen tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vanwege overschrijding van de wettelijke driemaandentermijn. De aanvraag was te laat ingediend, omdat de referent aanvankelijk verkeerd was geïnformeerd door VluchtelingenWerk Nederland.
De rechtbank had geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat de vreemdelingen zich tijdig hadden moeten laten informeren. Ook werd overwogen dat de afwijzing niet in strijd was met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel of het EU-Handvest. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft deze overwegingen bevestigd, mede gelet op een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het Hof oordeelde dat lidstaten mogen eisen dat verzoeken om gezinshereniging binnen drie maanden na toekenning van de vluchtelingenstatus worden ingediend en dat overschrijding zonder geldige reden kan leiden tot afwijzing zonder inhoudelijke beoordeling. Wel moet de staatssecretaris de betrokkenen volledig informeren over de gevolgen en de mogelijkheden tot een nieuwe aanvraag.
De Afdeling stelde vast dat de overschrijding in deze zaak niet verschoonbaar was en dat de staatssecretaris voldoende heeft geïnformeerd. Ook het bezwaar tegen het niet-horen in bezwaar faalt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag mvv wegens onverschoonbare overschrijding van de driemaandentermijn.