ECLI:NL:RBDHA:2019:6502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument EU/EER voor moeder met rechtmatig verblijf in Spanje
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER af te wijzen. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat eiseres rechtmatig verblijft in Spanje en dat haar Nederlandse kind daardoor niet gedwongen wordt het grondgebied van de Europese Unie te verlaten.
Eiseres stelde dat het weigeren van het verblijfsdocument haar gezinsleven met haar Nederlandse zoon schaadt, verwijzend naar artikel 7 en Pro 24 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Zij voerde aan dat haar zoon gedwongen wordt samen met haar naar Spanje te verhuizen, terwijl zijn vader in Nederland woont, wat de integratie en ontwikkeling van het kind belemmert.
De rechtbank oordeelde dat het arrest Chavez-Vilchez niet van toepassing is, omdat eiseres een verblijfsrecht in Spanje heeft en haar zoon daardoor niet gedwongen wordt de EU te verlaten. Er is geen communautaire rechtsgrondslag voor verblijf in Nederland, zodat het beroep op het Handvest niet slaagt. Ook is het beroep op schending van de hoorplicht ongegrond, omdat de staatssecretaris terecht van horen kon afzien gezien de voorspelbare uitkomst van het bezwaar.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.