ECLI:NL:RBDHA:2019:6539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid scholingsuitgaven en extra kleding bij aanslag inkomstenbelasting 2014
Eiser heeft voor het jaar 2014 een aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ingediend met onder meer uitgaven voor extra kleding en beddengoed en scholingsuitgaven waaronder computerapparatuur, beeldscherm en een agenda. Verweerder heeft deze uitgaven niet in aftrek genomen bij het vaststellen van de aanslag.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk extra kosten heeft gemaakt voor kleding en beddengoed, ondanks de medische situatie die het gebruik van zalf vereist. Ook zijn de scholingsuitgaven voor computerapparatuur en agenda niet aftrekbaar op grond van artikel 6.27 van de Wet IB 2001 en omdat de agenda geen verplicht leermiddel is. Het subsidiaire standpunt dat het om ondernemingskosten zou gaan, wordt verworpen omdat deze kosten tot het privévermogen behoren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege schending van de hoorplicht, vernietigt de uitspraak op bezwaar maar houdt de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser. Het hoger beroep staat open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens schending hoorplicht, inhoudelijk uitgaven niet aftrekbaar, proceskosten toegewezen.