ECLI:NL:RBDHA:2019:6578
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op inbeslagname medicinale cannabisplanten wegens onvoldoende aannemelijkheid noodtoestand
Eiser gebruikt sinds 2013 cannabis als pijnbestrijdingsmiddel en kweekt daarvoor zelf cannabisplanten. Na eerdere inbeslagnames en een strafrechtelijke procedure waarbij eiser strafbaar werd verklaard voor het telen van cannabisplanten, vordert hij in kort geding een verbod op toekomstige inbeslagnames totdat de strafzaak onherroepelijk is afgedaan.
De rechtbank stelt vast dat bezit van cannabisplanten strafbaar is en dat in uitzonderlijke gevallen een beroep op noodtoestand dit kan rechtvaardigen. De strafrechter heeft echter reeds geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is dat eiser alleen baat heeft bij zijn eigen geteelde cannabissoort en dat de legaal verkrijgbare medicinale cannabis of coffeeshopvarianten onvoldoende verlichting bieden. Ook financiële noodzaak vormt geen grond voor overmacht.
Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat het beroep op noodtoestand in hoger beroep wel zal slagen. De voorzieningenrechter volgt het oordeel van de strafrechter en acht vooruitlopen op een positieve uitkomst van het hoger beroep niet gerechtvaardigd. Het verzoek wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser tot verbod op inbeslagname van cannabisplanten wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van noodtoestand.