ECLI:NL:RBDHA:2019:6599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende aantonen doel en binding
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht op 27 augustus 2018 om een visum voor kort verblijf voor familiebezoek aan haar stiefzoon in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van de Visumcode omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond en er twijfel bestond over haar terugkeer naar Marokko.
Eiseres voerde aan dat zij een sterke sociale binding met Marokko heeft, waaronder de zorg voor haar echtgenoot en een uitgebreid sociaal netwerk. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres deze stellingen onvoldoende met bewijs had onderbouwd, en dat verweerder terecht geen nader onderzoek hoefde te doen. Ook haar economische binding met Marokko werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank benadrukte dat de beoordelingsruimte van verweerder bij twijfel over de terugkeer groot is en dat eiseres haar terugkeer aannemelijk moet maken. Gezien de omstandigheden en eerdere afwijzingen in andere lidstaten, concludeerde de rechtbank dat de minister terecht het visum heeft geweigerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.