ECLI:NL:RBDHA:2019:6640
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 5 februari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser betoogde dat zijn veiligheid in Italië niet gewaarborgd is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, mede vanwege het Salvini Decreet en een rapport van de Danish Refugee Council en Swiss Refugee Council. Hij stelde dat hij niet effectief hulp kon inroepen bij Italiaanse autoriteiten wegens mensenhandel en bedreigingen.
De rechtbank overwoog dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen aanleiding zien om het vertrouwensbeginsel te verwerpen. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Zijn persoonlijke omstandigheden en het rapport boden onvoldoende grond om af te wijken van de standaardprocedure.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.