Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juni 2019 in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verblijft sinds 1990 in Nederland en heeft meerdere verblijfsvergunningen gehad. Na ernstige geweldsdelicten, waaronder medeplegen van moord waarvoor hij tot 16 jaar gevangenisstraf is veroordeeld, heeft de staatssecretaris zijn verblijfsvergunning ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
Eiser betoogde dat de intrekking niet aan het juiste unierechtelijke criterium was getoetst en dat het inreisverbod disproportioneel was gezien zijn familiebanden en het feit dat hij als kind naar Nederland kwam. Ook voerde hij aan dat hij een belangrijke bijdrage levert aan de integratie van zijn kinderen in Nederland en dat het intrekken van de vergunning een disproportionele inbreuk op zijn privé- en familieleven vormt.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht is gebaseerd op het nationale kader en dat het persoonlijke gedrag van eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De belangenafweging van de staatssecretaris was voldoende gemotiveerd, waarbij de ernst van de delicten en het risico op recidive zwaar wogen. De rechtbank verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Chavez-Vilchez-arrest omdat eiser geen daadwerkelijke zorg voor zijn kinderen had en geen gezag over hen heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.