ECLI:NL:RBDHA:2019:6832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Dublinverordening bij overname asielaanvraag na eerdere procedure in Duitsland
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende zijn eerste asielaanvraag in Duitsland in, waarna Duitsland Italië als verantwoordelijke lidstaat aanwijst op basis van de Dublinverordening. Eiser betwist de rechtmatigheid van dit claimakkoord en stelt dat Nederland verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag.
De rechtbank onderzoekt of eiser in Nederland een beroep kan doen op de Dublinverordening terwijl reeds een claimakkoord tussen Duitsland en Italië bestaat en een procedure in Duitsland is afgerond. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak en concludeert dat alleen de eerste lidstaat waar het verzoek is ingediend, hier Duitsland, bevoegd is om rechtsbescherming te bieden.
De rechtbank benadrukt dat deze beperking voorkomt dat asielzoekers meerdere lidstaten kunnen aanspreken, wat forumshoppen zou bevorderen en de doelstellingen van de Dublinverordening zou ondermijnen. Eiser heeft in Duitsland een rechtsmiddel benut tegen de vaststelling en kan zich niet in Nederland op de onjuiste toepassing beroepen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigt dat Nederland de aanvraag niet in behandeling hoeft te nemen omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en Nederland hoeft de asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat is vastgesteld.