Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 september 2018, met producties;
- de beslagstukken;
- de akte houdende uitlating en overleggen producties van de zijde van Totaal Investments;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende (provisionele) eis in reconventie, met producties;
- het vonnis van 27 februari 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 11 april 2019 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 55.701,86, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, waaronder de beslagkosten.
4.De beoordeling
in de hoofdzaak – in conventie en in reconventie
Een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.’