Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
pro forma) en 4 juli 2019 (
inhoudelijk).
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
5.De strafoplegging
6.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
7.De inbeslaggenomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
[slachtoffer]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.435,00, (bestaande uit € 435,00 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 4 januari 2019 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer]ten aanzien van de overige gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer];
34 dagen;