Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
zaaknummer: NL19.11590
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzoekt de rechtbank het besluit te vernietigen waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelt dat hij ten onrechte niet in Nederland aangifte kan doen van mensenhandel, aangezien zijn afspraak bij de politie werd uitgesteld.
De rechtbank overweegt dat verweerder handelt conform het eigen beleid: de overdracht aan Italië wordt doorgezet tenzij eiser vóór de overdracht een nieuwe afspraak maakt en daadwerkelijk aangifte doet. Dit beleid is niet onredelijk en eiser is voldoende gelegenheid geboden. De lange wachttijd bij de politie is niet aan verweerder toe te rekenen.
Verder is geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië van toepassing blijft, ondanks zorgen over opvangomstandigheden. Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd om dit te betwisten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.