ECLI:NL:RBDHA:2019:7721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument voor derdelandse ouder op grond van rechtmatig verblijf in Spanje
Eiseres, een Marokkaanse vrouw met Nederlandse kinderen, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres een geldig Spaans verblijfsdocument heeft en daardoor niet is aangetoond dat zij en haar kinderen het EU-grondgebied moeten verlaten.
Eiseres stelde dat zij afstand had gedaan van haar Spaanse verblijfsrecht, maar kon dit niet aantonen met een definitieve bevestiging van de Spaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres is om te bewijzen dat haar verblijfsrecht in Spanje is vervallen, wat zij niet heeft gedaan.
Verder werd het arrest Chavez-Vilchez besproken, waarin is bepaald dat het weigeren van verblijfsrecht aan een derdelandse ouder alleen kan leiden tot vertrek van het kind uit de EU indien sprake is van een afhankelijkheidsrelatie en het kind het EU-grondgebied moet verlaten. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet heeft aangetoond dat haar kinderen het EU-grondgebied moeten verlaten en dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.